De rondleiding bij Premo voelt een beetje als een reis terug in de tijd. En dat bedoel ik zeker niet negatief. Ik loop warm voor productie omgevingen. Machines die draaien, mensen die verpakken, drukken, controleren. Geen loze beloftes over “local sourcing”, maar gewoon: doen. Hier, in Nederland. Huub Kemerink zegt het bijna terloops, maar het is allesbehalve vanzelfsprekend: Premo is één van de laatste generalistische suppliers die zijn veredeling nog in Nederland uitvoert. En nu Clipper is overgenomen door Favorite Gifts, is dat geen detail meer, maar een kantelpunt.
“We bestaan dit jaar 35 jaar,” zegt Kemerink.
“En we zijn eigenlijk altijd blijven doen wat we deden: zelf drukken, zelf veredelen, zelf verantwoordelijkheid nemen.”
Van balpen tot breed assortiment
Premo vindt zijn oorsprong begin jaren negentig. Oprichter Gert Santman, afkomstig van Toppoint, begon het bedrijf als vertegenwoordiger van Senator-balpennen. De Duitse levertijd – stipt drie weken, nooit een dag eerder – bleek lastig verkoopbaar. De oplossing was logisch én gedurfd: zelf drukken in Nederland.
Vanuit die basis groeide Premo gestaag. Eerst balpennen, daarna aanstekers, vervolgens tassen, snoep, blikken en steeds meer productgroepen. Niet door modetrends te volgen, maar door praktische vragen uit de markt serieus te nemen. “Een wederverkoper wil het liefst zoveel mogelijk op één adres kunnen inkopen,” zegt Kemerink. “Dus zijn we steeds breder geworden.”
Die breedte maakt Premo tot generalist, maar wel één met duidelijke specialismen: katoenen tassen, snoep, aanstekers en balpennen. Productgroepen waar veel regelgeving bij komt kijken en die daardoor juist door steeds minder partijen worden aangeboden.
Veredeling in Nederland
Wat Premo onderscheidt, is niet alleen het assortiment, maar vooral waar en hoe het wordt afgewerkt. Blikken worden leeg geïmporteerd en in Nederland gevuld met Europees snoep – grotendeels Nederlands. De bedrukking gebeurt in eigen huis. Daarmee bestaat het grootste deel van de kostprijs uit Nederlandse arbeid en processen. “Dan mag je het ook een Nederlands product noemen,” zegt Kemerink. “Een product is ‘Made in Holland’ (oorsprong ederland) als het hier volledig is verkregen/geproduceerd, óf als de laatste ingrijpende, economisch verantwoorde bewerking die een nieuw product oplevert in Nederland plaatsvond. Het moet gaan om een wezenlijke stap, niet slechts verpakken of ompakken. Onze gevulde en bedrukte blikken zijn volgens wet- en regelgeving Made in Holland.” Kemerink plaatst kanttekeningen bij het begrip ‘Made in Europe’, dat in de markt vaak creatief wordt geïnterpreteerd. “Een hengsel in Frankrijk monteren en dan ‘Made in France’ roepen…dat is schijn.”
Premo kiest een andere route. Niet de goedkoopste route, niet de snelste, maar wel controleerbaar. En controle is cruciaal als je werkt met snoep, gevaargoed als aanstekers en druktechnieken onder één dak. NVWA, milieudienst, brandweer – ze komen hier regelmatig over de vloer. “We zijn zo’n beetje de glimmende hoop stront waar iedere inspecteur op afvliegt,” zegt Kemerink met een glimlach. “Maar als je het goed geregeld hebt, is dat ook je bestaansrecht.”
Stichting als fundament
Een essentieel, maar vaak onbekend onderdeel van Premo is de stichting die al 25 jaar aan het bedrijf verbonden is. Hier werken mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, begeleid en structureel ingezet in het productieproces. Niet als bijzaak, maar als integraal onderdeel van de operatie. Opvallend: de stichting draait volledig zonder subsidie. “Voor 99 procent op onze handel,” zegt Kemerink. “Dat weten maar weinig mensen.”
De medewerkers vullen blikken, verwerken aanstekers, bedienen machines of ondersteunen bij verpakken. Sommigen volledig zelfstandig, anderen met begeleiding. “Meer sociaal dan dit wordt het niet,” stelt hij. Toch ziet hij dat officiële certificeringen vaak zwaarder wegen dan de praktijk. “Dan worden we afgerekend op vinkjes en audits, terwijl hier dagelijks zo’n 35 mensen aan het werk zijn die anders buiten de boot vallen.”

Regels, regels en nog eens regels
Dat produceren in Nederland steeds lastiger wordt, ligt niet aan gebrek aan vakmanschap, maar aan regelgeving. Vooral de combinatie van voedselveiligheid, chemie, inkten en gevaargoed maakt het complex.
Kemerink vertelt over de aanstekerbunker: ooit gebouwd volgens alle regels, later zomaar afgekeurd omdat de wetgeving was veranderd. Nieuwe eisen, nieuwe investeringen. “Een bunker kost zomaar een paar ton.”
Soms slaat de praktijkloosheid van regels echt door. “Er werd serieus voorgesteld om per duizend aanstekers heen en weer te lopen tussen bunker in ons ene pand, en de machines in ons pand hiernaast. Terwijl die machines drie duizend stuks per uur draaien. Dat is waanzin.” Het zijn dit soort momenten waarop produceren in Nederland op scherp komt te staan. Niet alleen door kosten, maar door uitvoerbaarheid.
Concurrentie uit Oost-Europa
Daarbovenop komt de concurrentie uit Oost-Europa. Lagere lonen, ploegendiensten, subsidies. “In Polen ligt het minimumloon rond de duizend euro. Hier zit je op 2.400. Dan kan ik geen drie ploegen draaien.”
Wat wringt: dezelfde Europese subsidies die Oost Europese fabrieken helpen automatiseren, maken het voor Nederlandse producenten moeilijker om te concurreren. “Met óns geld worden daar onze concurrenten groter.”
Toch houdt Premo stand. Dankzij automatisering, slimme procesinrichting en de stichting. ”We produceren dan wel niet in 24 of 48 uur, maar vanwege de veel kortere vrachttijd leveren we eigenlijk net zo snel. En met onze speerpunten zijn we prijstechnisch zo scherp, dat we die zelfs aan onze directe concurrenten leveren.”
Klassiekers en vernieuwing
Ondanks alle uitdagingen blijft Premo vernieuwen. Digitale druktechnieken op pennen, full-color rondom, shrink foil, DTF en DTG voor tassen. Kleine oplages, veel kleuren, snel schakelen.
En dan zijn er de bijzondere producten: blikken gevuld met goudkleurige chocolade, gekleurde paaseieren met digitale bedrukking, Princess Traveller koffers die in Nederland digitaal worden bedrukt. “De standaardproducten blijven belangrijk,” zegt Kemerink. “De oer Bic pen verkoopt na zestig jaar nog steeds. Nieuwe producten moeten eerst klassiekers worden.”
Toekomst: hier blijven, zolang het kan
Verhuizen naar het buitenland? Er is gekeken. Natuurlijk. Maar eenvoudig is het niet. “Je kunt niet zomaar een stichting achterlaten.”
Voorlopig blijft Premo waar het zit. “We kunnen het nog matchen: snelheid, prijs, kwaliteit. Maar het wordt wel steeds spannender.” Kemerink is realistisch, maar niet cynisch. “We hebben de wederverkopers nodig. Als het op een tiende cent aankomt, dan moet je elkaar wel willen blijven vinden.”
Premo is geen bedrijf van grote woorden. Het is een bedrijf van doen. Tegen de stroom in, met beide benen op de vloer, en met een overtuiging die steeds zeldzamer wordt in de branche: maken is meer dan dozen schuiven.
