PROMZ VAK 01-2026

9 bovendien goed aan bij hedendaagse discussies over duurzaamheid, omdat eenvoud vaak ook robuuste producten oplevert die goed te onderhouden zijn.” Scandinavische merken worden gezien als koplopers in duurzaamheid. Hoe kijk je daar als onderzoeker tegenaan? “Die reputatie is mede gebaseerd op structuren: onderwijs met aandacht voor duurzaamheid, relatief strenge regelgeving, transparantie in de textielketen en consumenten die misschien wat kritischer zijn dan andere landen. Duurzaamheid is hier een maatschappelijk topic dat leeft. Tegelijkertijd zie ik in mijn onderzoek ook een kloof tussen ambitie en realiteit. Veel duurzame initiatieven worden toegevoegd aan bestaande businessmodellen, in plaats van dat die modellen fundamenteel veranderen. Groei en volume blijven doorgaans centraal staan, daarin verschillen Scandinavische merken niet direct van andere. Die factoren beperken duurzaamheidsinitiatieven in hun impact. Dus ja, Scandinavië loopt voorop in intentie en infrastructuur, maar niet automatisch in resultaat.” Hoe belangrijk is samenwerking tussen industrie en onderwijsinstellingen voor innovatie binnen textiel, werkkleding en duurzaam ontwerp? “Textiel en kleding zijn bij uitstek praktijkgedreven disciplines. Zonder directe samenwerking met industrie, gebruikers en publieke instellingen blijft innovatie theoretisch. Vanuit onze opleiding werken studenten en onderzoekers voortdurend samen met bedrijven, NGO’s en overheden. Niet om snelle oplossingen te leveren en zeker niet om organisaties het voordeel te geven van goedkope arbeidskracht. Wel om te experimenteren met nieuwe systemen zoals circulaire businessmodellen en digitale prototyping ter besparing van materiaal en grondstoffen. Het gaat om gedeelde leerprocessen. Precies daaruit komt innovatie voort.” Hoe worden studenten voorbereid op duurzaamheid, digitalisering en nieuwe productiemodellen in de textielketen? “Duurzaamheid is geïntegreerd in vrijwel elk project waar onze studenten deel van uitmaken. Zij leren bij het ontwerpen van bijvoorbeeld werkkleding rekening te houden met factoren als inclusie en circulariteit. Daarnaast werken we met digitale tools zoals 3D-design en -prototyping. Dat doen we om verspilling te verminderen en om samenwerking op afstand mogelijk te maken. Het belangrijkste is denk ik dat studenten leren om systemisch te denken. Gedurende hun opleiding helpen wij ze begrijpen hoe ontwerpkeuzes doorwerken in productie, gebruik, reparatie en hergebruik.” Circulariteit is een belangrijk thema in de textielindustrie. Waar boeken Scandinavische bedrijven echt vooruitgang, en waar niet? “Vooruitgang zien we vooral in materiaalkeuzes, ontwerp voor langere levensduur en pilots rondom reparatie en hergebruik. De bottleneck om echt vooruitgang te boeken zit in de combinatie van schaal en economie. Circulaire oplossingen zijn vaak duurder, complexer en botsen met bestaande verdienmodellen. Bedenk ook dat hoe lager de oorspronkelijke kwaliteit van iets is, hoe meer je er vaak mee moet doen om er een nieuw, hoogwaardige product van te maken. En elke circulaire stap kost energie en middelen. Dat maakt dat recycling niet altijd de oplossing is voor verspilling. Dat besef begint door te dringen, maar is nog niet overal vertaald naar beleid. Zolang beleid ontbreekt, krijgt vooruitgang veel minder kans.” Welke grote verschuivingen verwacht je de komende tien jaar binnen de Europese textiel- en werkkledingindustrie? “Er is veel ontwikkeling op het gebied van digitaal design, de toepassing van AI. Verandering in regelgeving omtrent de productie van textiel moet ervoor zorgen dat de hele industrie duurzamer wordt. De snelheid waarin dat proces verloopt, hangt deels af van consumentengedrag. Duurzaam gemaakte, circulaire kleding is één ding, maar minder kopen is net zo belangrijk. Tegelijk denk ik dat jonge ontwerpers kritischer worden. Zij richten zich hopelijk minder op het maken van meer producten en meer op de betekenis daarvan. Design verschuift denk ik deels van esthetiek naar verantwoordelijkheid en systeemontwerp. Ontwerpers kunnen een bemiddelende factor vormen tussen de belangen van beleidsmakers, producenten en gebruikers.” Hoe goed zijn Scandinavische merken gepositioneerd om deze veranderingen te leiden? “Relatief goed, onder meer vanwege sterke kennisnetwerken en samenwerking binnen de keten. Maar leiderschap vraagt ook politieke en economische keuzes. Zonder duidelijke kaders blijft zoals eerder gezegd verandering marginaal. Overheden en marktleiders moeten in Europees verband tot afspraken komen die ervoor zorgen dat nieuwe manieren van werken ook resultaat opleveren.” 29 2026 - nummer 1 - promzvak.nl Special Scandinavisch Textiel

RkJQdWJsaXNoZXIy NDcxNDY5